debataandemarktoverig
Welkom

 

Debat aan de Markt Enschede, debatcentrum voor Oost Nederland, is een platform voor Enschedeërs, maar ook voor burgers uit Twente, Overijssel en de Euregio om politieke en maatschappelijke vraagstukken dichter bij de burger te brengen.

Debat aan de Markt Enschede heeft verschillende locaties. Openbare Bibliotheek van Enschede, Prismare te Roombeek, Theater Concordia aan de Oude Markt in Enschede, Sint Josephkerk Enschede en Boekhandel Broekhuis Enschede zijn de belangrijkste. De naam van het debatcentrum is geïnspireerd door het stadcentrum de Oude Markt.


Een vredevol en gelukkig 2016!



De volgende activiteit:

Lezing met debat

CHRISTENDOM, EEN UIT DE HAND GELOPEN JOODSE RUZIE! 

Een waardevolle zoektocht. Is God het waarom van de waarheid? De wenselijkheid van de scheiding van kerk en staat en desondanks de bemoeienis van de staat. Geloof en werkelijkheid. Hebben christenen in Nederland een eigen Israël? Is het nu het land of het volk Israël? De moord op Joden en leed dat niet overgaat. Het boek gaat over een spannende gedachtewisseling tussen een Joodse publicist en christelijke theoloog die moeite doen om in elkaars wereld door te dringen. Brengt discussie christenen en joden dichter bij elkaar?

               Christendom een uit de hand gelopen Joodse ruzie       Dick Houwaart

 

Gast: Dick Houwaart, auteur van het boek

Op zondag, 22 november 2015, 14.30-16.30 uur  

De Wonne, Noorderhagen 25, Enschede 

Voorzitter:  Secil Arda, Debat aan de Markt

U bent van harte welkom!

Entree is gratis. 



Verslag van vorige bijeenkomst:

zondag 25 oktober 2015

Het Oost-Nederlands grensgebied als strijdtoneel

Soms is het nuttig om de noodzaak van de inzet voor vrede te onderstrepen door de herinneringen aan de oorlog tot leven te wekken. Een kleine maand na het Debat aan de Markt waarmee het inhoudelijke deel van de Vredesweek werd afgesloten, stond het Debat aan de Markt vanmiddag in het teken de oorlogsherinneringen. Inleider was Han Brummelman, auteur van het één jaar eerder verschenen boek “Onder de vliegroute - oorlog en luchtbescherming te Haaksbergen”.

Brummelmans vader was directeur van het gemeentelijk energiebedrijf van de gemeente Haaksbergen en werd al vóór het daadwerkelijke uitbreken van de Tweede Wereldoorlog aangesteld als hoofd van de Luchtbescherming binnen de gemeente Haaksbergen. Zijn werk bestond er tijdens de Tweede Wereldoorlog vooral uit om neergehaalde of neergestorte vliegtuigen op te zoeken en op te ruimen en daarover te rapporteren. Die rapporten zijn in huize Brummelman bewaard gebleven en een tiental jaren geleden besloot Han Brummelman op basis van deze rapporten een boek te schrijven waarbij hij zich veel naspeuringen heeft getroost om ook het menselijke verhaal achter de wat ambtelijke rapporten op te schrijven. Wie waren de vliegers? Wat was de beleving van de omwonenden?

Het boek begint in 1903 met het begin van de luchtvaartgeschiedenis: de gebroeder Wright. Het is, zo stelt Brummelman, eigenlijk ongelofelijk hoe snel deze nieuwe technologie ingang vond in de oorlogvoering. Een dikke tien jaar nadat de mens voor het eerst een klein stukje had kunnen vliegen, werden de vliegtuigen tijdens de Eerste Wereldoorlog massaal in de oorlogvoering ingezet. Eerst om te verkennen, maar al snel ook om te bombarderen en aan het eind van de Eerste Wereldoorlog vonden de eerste luchtgevechten plaats.

Ook Haaksbergen kreeg hier toen al iets van mee. Om aan bommenwerpers duidelijk te maken dat Haaksbergen in Nederland lag werd tijdens de Eerste Wereldoorlog op het dak van Jordaan-fabriek in Haaksbergen met grote letters het woord “HOLLAND” geschilderd. De eerste vermelding van een Luchtbescherming dateert uit 1929 toen de gemeente Haaksbergen een vragenlijst over dit onderwerp moest invullen en insturen naar het provinciebestuur van Overijssel. Vijf jaar later gebeurde dat nog eens en in 1936 werd de Wet op de bescherming bevolking aangenomen waarbij gemeentes verplicht waren om een luchtbescherming in te stellen bestaande uit een “Luchtwachtdienst”, een medische dienst, een opruimingsdienst, de brandweer e.d. De leden van deze dienst kregen een uniform en volgens een foto die Brummelman laat zien van de Haaksberger Luchtbescherming bestond deze in 1939 uit 24 personen. De Luchtwachtdienst had in Haaksbergen overigens een uitkijkpost op de kolenbunker van de firma Jordaan.

De Luchtbescherming in Haaksbergen heeft weinig kunnen doen bij de Duitse inval in mei 1940. Haaksbergen werd gewoon onder de voet gelopen en met de rest van Nederland niet verdedigd. De Nederlandse verdedigingsstrategie omvatte het opgeven van het oosten van het land en een terugtrekking achter de IJssel- en later de Grebbenberglinie. Daar meende men de vijand tegen te kunnen houden. De vernietiging van de bruggen over het Twentekanaal aan het begin van de oorlog had enkel als doel het oprukken van het Duitse leger ietwat te kunnen vertragen maar niet om ze daar tegen te houden.

Bij deze verdedigingsstrategie was echter geen rekening gehouden met het luchtwapen. Deze vloog gewoon over de linies heen om op 14 mei 1940 Rotterdam te bombarderen. Volgens Brummelman was het eigenlijk een zegen dat Nederland geen groot en sterk leger had en dat de militaire leiding het idee had dat men de strijd toch al snel zou moeten opgeven, zodat al na het bombardement op Rotterdam de capitulatie werd getekend. Had de militaire leiding gedacht het nog wal wat langer vol te kunnen blijven houden, dan waren Amsterdam en Den Haag er mogelijk ook aan gegaan.

Feit is echter dat waar ‘bescherming bevolking’ de lessen uit de Eerste Wereldoorlog had getrokken en zich had voorbereid op bombardementen, de militaire strategen die kennelijk niet of onvoldoende hadden gedaan. In de eerste oorlogsjaren merkte men in Haaksbergen overigens weinig van de oorlogshandelingen. Ook niet van het luchtwapen. De oorlog was vooral een bezetting, met inkwartiering in woonhuizen en scholen. Zo kreeg de familie Brummelman enkele maanden een Wehrmacht-officier in huis (totdat bij Sint-Isodorushoeve een barak voor officieren was gebouwd) en kreeg de jonge Han Brummelman ergens thuis les, want het schoolgebouw was gevorderd voor het onderbrengen van Duitse militairen.

De luchtverdediging beperkte zich in de eerste oorlogsjaren voornamelijk tot de verplichting om verduisteringsmaatregelen te nemen. De ramen moesten geheel geblindeerd worden en ’s nachts gingen de straatlantaarns uit. Het was echt donker. Er werden zelfs spellen op de markt gebracht ter ondersteuningen van de bewustwordingsmaatregelen als het om verduistering en luchtverdediging ging.

Halverwege de oorlog begon dit te veranderen. Haaksbergen kwam daadwerkelijk “onder de vliegroute” te liggen, namelijk onder die van de Britse bombardementsvluchten naar het Ruhrgebied. De aanwezigheid van de belangrijke Duitse Fliegerhorst Twenthe ongeveer 20 kilometer verderop was voor de Britse vliegers kennelijk geen reden om het Twentse grondgebied te mijden. Een en ander betekende ook dat de Duitse Luftwaffe met veel manschappen en materieel aanwezig was in Haaksbergen: zoeklichten en Flak-afweergeschut. Daarnaast hebben zich boven Haaksbergen diverse luchtgevechten afgespeeld tussen geallieerde bommenwerpers en Duitse jachtvliegtuigen. Net als in het aanpalende Ahaus zijn ook in Haaksbergen lanceerinrichtingen voor de V1- en de V2-raketten gebouwd maar in Haaksbergen zijn deze nooit daadwerkelijk in gebruik genomen.

In de loop van de oorlog zijn er 20 crashes (neergeschoten of neergestorte vliegtuigen) boven Haaksbergen geweest. Ongeveer de helft hiervan betrof Duitse jachtvliegtuigen; de andere helft geallieerde bommenwerpers. De eerste bommenwerper die boven Haaksbergen werd neergehaald was een Engelse Halifax TL 4 W 1270 van het 103 squadron. Dit gebeurde op 28 augustus 1942 en alle zeven inzittenden kwamen om het leven. De tweede crash betrof een Duitse Messerschmitt BF110F die op 20 februari 1943 neerkwam en waarbij de twee inzittende vliegers eveneens om het leven kwamen.

Uitwijdend over de Duits-geallieerde luchtgevechten meldt Brummelman dat prins Egmont zur Lippe-Weißenfeld, daar een belangrijke rol in speelde. Volgens Brummelman ging het hier om een volle neef van prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld en was deze gestationeerd op de Fliegerhorst Twenthe. Dan komen transnationale familierelaties, die men in deze streek natuurlijk ook kende, wel weer even heel dichtbij, maar toen ik een en ander na wilde zoeken kwam ik tot de ontdekking dat Egmont zur Lippe-Weißenfeld geen volle neef maar een hele verre achterneef van Bernhard van Lippe-Biesterfeld was en dat hij niet in Twente, maar eerst op de Fliegerhorst in Gütersloh, vervolgens in Leeuwarden en nog later in Bergen (Noord-Holland) gestationeerd was.

Vanaf 1943 werd de tijdens de oorlog ontwikkelde Amerikaanse B17-bommenwerper ingezet, bijgenaamd de “flying fortress” (het vliegende fort). Deze nieuwe bommenwerpers werden al snel in massaproductiegenomen maar de opleiding van de vliegeniers kon het zo snel niet aan. Brummelman meldt dat er erg veel onervaren Amerikaanse vliegers op vlogen. Verder vlogen deze Amerikaanse bommenwerpers overdag omdat men heel hoog kon vliegen en dus meende aan het afweergeschut te kunnen ontkomen, terwijl de Britten vooral ’s nachts bleven vliegen. Die inschatting van het afweergeschut was overigens verkeerd: de Duitse Flak-systemen hadden een bereik van 30 kilometer, terwijl de B17s niet veel hoger dan 8 kilometer konden komen. En om het verhaal over de verder ontwikkeling van het luchtwapen te vervolmaken, zij nog vermeld dat de Duitsers in 1944 de eerste straaljagers bouwden: de Messerschmidt M262. Dat was echter te laat om het verloop van de oorlog nog een andere wending te kunnen geven.

Uit de menselijke verhalen achter de feitelijke berichten over neergehaalde en neergestorte vliegtuigen blijkt hoe de Haaksberger bevolking zich veel moeite getrooste om overlevende en ontkomen geallieerde vliegers op te vangen, een tijdlang onderdak te verlenen en naar achter de frontlinie te laten ontsnappen. Natuurlijk beschouwde men deze als bondgenoot, maar tot contacten met overlevende Duitse vliegers kwam het niet omdat deze door de in Haaksbergen gelegerde Duitse troepen werden opgevangen. Een kleine uitzondering daarop is dan wel het verhaal dat Brummelman vertelde over het zomerhuisje Anja waar aan het eind van de oorlog een neergeschoten Amerikaanse vlieger wordt ondergebracht, maar het pand moet delen met een daar eveneens ondergedoken SS-deserteur die de Haaksberger ondergrondse verborgen houdt voor de Duitse autoriteiten.

In Haaksbergen zijn, zo vertelt Brummelman, ook nog 32 Russische krijgsgevangenen ondergebracht in een oude garage. Aan het eind van de oorlog kunnen ze zich redelijk vrij door het dorp bewegen, maar wat er na de oorlog van hen geworden is, blijft onduidelijk. Terugkeren naar Rusland konden ze niet, want dan hadden ze stellig de kogel gekregen wegens (vermeend) landverraad.

Een ander aspect van menselijke omgang betreft de omgekomen geallieerde militairen die in Haaksbergen werden begraven in aanwezigheid van Duitse militairen die daarbij ook een militair saluut gaven. De omgekomen Britten liggen nog steeds in Haaksbergen; de omgekomen Amerikanen liggen in Margraten en de omgekomen Duitsers in Ysselstein.

Gevraagd naar burgerdoden door luchtbombardementen, waarvan we er in Enschede vele hebben gehad, meldt Brummelman dat Haaksbergen op 16 maart 1945 is gebombardeerd waarbij 62 doden zijn gevallen waaronder de aan het begin van de oorlog door de Duitsers afgezette burgemeester jonkheer Hubertus Josef Wilhelmus Joan (Hubèrt) von Heijden (volgens internet vond dit bombardement overigens plaats op 24 maart 1945 (acht dagen voor de bevrijding van Haaksbergen) en kwamen er 56 mensen bij om. Het was een vergissingsbombardement, aldus Brummelman, maar in zijn beleving is Haaksbergen een week later wel ontsnapt aan een mogelijk doelgericht bombardement. De avond vóór de bevrijding van Haaksbergen kwam een Duitse kolonne Haaksbergen binnenrijden en stopte in de straat van de familie Brummelman. De Duitse militairen waren uitgeput en gingen de huizen langs voor water en mogelijk iets te eten. In de woonkamer van de familie Brummelman viel een aantal van hen spontaan in slaap. Vader Brummelman drong er bij de commandant op aan om zo snel mogelijk met de kolonne uit Haaksbergen te vertrekken omdat hij vreesde dat zodra een geallieerd verkenningsvliegtuig zou ontdekken dat de hele straat vol stond met Duitse tanks en andere militaire voertuigen, er weinig van de straat zou overblijven. De Duitsers hebben uiteindelijk aan dit verzoek voldaan en trokken verder richting Enschede. Ter hoogte van Usselo werden ze vanuit de lucht ontdekt en kregen ze de volle laag. De kolonne is naar verluid totaal vernietigd.

Na de uitkomst van het boek, een jaar geleden, ontstond het idee om voor de 23 ten gevolge van de luchtgevechten in Haaksbergen omgekomen geallieerde militairen een monument op te richten. Dat is op 4 april dit jaar gerealiseerd in aanwezigheid van een aantal opgespoorde familieleden van omgekomen militairen. Het monument bestaat uit een eenvoudige gedenkplaat met de tekst “Opdat wij niet vergeten” en daaronder de namen van de 23 militairen met hun leeftijden: alle tussen de 19 en 29 jaar.


                        

Klik ook op programma voor meer info


 


Verslag van het debat op zondag 27 september 2015

Vrouwen als verbinders voor vrede

 

Klik hier voor de opnames tijdens het debat: http://www.vimeo.com/suudi/debat


Bij haar toezegging de Enschedese Ambassadeur van de Vrede te worden, benadrukte Seçil Arda het belang van een debatbijeenkomst tijdens de Vredesweek, naast alle presentaties van sprekers, materialen, films en muziek die we al organiseerden. Dat debat, zo werd overeengekomen, zou dan over de rol van vrouwen als vredestichters gaan. Bij de samenstelling van het panel is de nadruk komen te vallen op vrouwen die als vluchteling uit ernstige conflictgebieden afkomstig zijn. Ook nu weer erg actueel. Als we het over vrede hebben moeten we het helaas ook over oorlog hebben, aldus Arda.

 

http://3.bp.blogspot.com/-0doBbYvMDaQ/VgjeJeqDi_I/AAAAAAAACpo/NWKJcP9inv4/s320/DSC05574.JPG

 

De vrouw die voor een uitgebreidere inleiding is gevraagd, is Leila Jaffar, een Nederlandse Palestijnse die lange tijd betrokken is geweest bij de Joods-Palestijnse dialoog (“over ons gemeenschappelijke conflict”) en tegenwoordiger en bureau heeft voor interculturele communicatie en mediation. Een rijke achtergrond om tot ons te spreken, maar zelfs dan sta je altijd nog op de schouders van reuzen uit het verleden. Zo haalt ze een uitspraak aan van Socrates (“verandering komt niet voort uit de strijd tegen het slechte, maar uit het bouwen aan het goede”)  en van Rumi (“gisteren was ik slim en wilde de wereld veranderen, vandaag ben ik wijs en verander ik mij zelf”).

 

De kracht van vrouwen is volgens Jaffar om ook tijdens de oorlog de dagelijkse gang van zaken door te laten gaan. In de traditionele taakopvatting is dat het runnen van het huishouden, de zorg voor de kinderen, het draaiende houden van de economie en het verplegen van de in de strijd gewond geraakte mannen. Maar tegenwoordig wordt die rol breder gezien en gaat het ook over mediation en peace talks. Vrouwen kunnen het gesprek met de anderen gaande houden. Ze beschikken over kwaliteiten als nieuwsgierigheid en luistervaardigheid. En in een belangenconflict is niets belangrijker dan het actief luisteren (dus met doorvragen) naar de ander.

 

http://1.bp.blogspot.com/-OR8P3X8NF9Q/VgjeWsR_J5I/AAAAAAAACpw/waJpdPJuYtM/s320/DSC05577.JPG

 

Jaffar pleit ervoor dat vrouwen een rol krijgen in de vredesprocessen over de beëindiging van een gewelddadig conflict. Een belangrijk verschil tussen Tunesië en Egypte is dat vrouwen in Tunesië in veel grotere mate in alle sectoren van de samenleving participeren en daarom ook in het vredesproces geparticipeerd hebben. Daarin is ook een deel van de verklaring te zoeken voor het feit dat de situatie na de Arabische Lente in Tunesië beter is verlopen dan in Egypte.

 

Ook in de religie moet de tekstuituitleg niet aan de mannen overgelaten worden. Daar overheerst de herhaling van de traditionele lezing. Maar als je kritisch leest, zie je heel heel andere dingen. “De waarheid van de religie komt in de kleren van de cultuur.” Het is dus de cultuur die de interpretatie van de godsdienst bepaalt. In het Midden-Oosten propageert Saoedi-Arabië heel nadrukkelijk en met heel veel middelen een bepaalde interpretatie van de islam. Daarin gaat het vooral om strijd en bepaald niet om het zoeken naar verbinding, wat toch een wezenskenmerk voor religie is. Daarmee verhardt de strijd in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië is de vader van ISIS.

 

Om zich te weer te stellen tegen de machtsuitoefening door de mannen stellen vrouwen veel te vaak de macht van de onmacht (“wij zijn zielig en worden onderdrukt”) tegenover deze macht, waarmee ze op sympathie rekenen. Maar dat moet je niet doen, volgens Jaffar, want het bevestigt de verhoudingen. Je vraagt de mannen om een gunst, terwijl je eigenlijk je recht op moet eisen.

 

In plaats van de macht van de onmacht, bepleit zij dan ook de harde taal van de vrede. Je hoeft niet altijd de dialoog te zoeken en begrip te hebben voor de ander. Soms moet je gewoon weigeren om in het verhaal van de oorlog mee te gaan. Toon je vechtlust om vrede te bereiken.

 

De andere panelleden wordt vervolgens gevraagd hier, vanuit hun eigen ervaring, op te reageren.

 

http://3.bp.blogspot.com/-5zSRK-Lrs-U/VgjektabhpI/AAAAAAAACp4/jSRcGIAkFiQ/s320/DSC05581.JPG

 

Yasmin Khalaf is afkomstig uit Syrië en woont inmiddels meer dan tien jaar in Nederland. Haat creëert volgens haar een gat in de ozonlaag van de menselijkheid. In Syrië is zij in liefde opgegroeid. In het ouderlijk huis in Damascus kwamen naast ook christenen ook moslims en joden over de vloer. En ook nu hoort ze de verhalen van familie, vrienden en bekenden in het verscheurde land, over mensen die daar de vrede blijven zoeken. Die in vrede met elkaar proberen te blijven leven en nog steeds zorg voor elkaar hebben in plaats van alleen voor zichzelf op te komen. Het gaat erom aan die waarden vast te blijven houden.

 

Zirayeta Ibrahimovic is afkomstig uit Bosnië. Daar leefde ze gelukkig tot het begin van de oorlog in 1992. Op school leerden ze als moslims, orthodoxen en katholieken als broeders en zusters samen te leven en met elkaar vereend te blijven. Ze werden wel op een oorlogssituatie voorbereid, maar dat zou een oorlog zijn tegen een vijand die van buiten kwam. Niet tegen een vijand waarin je eigen buurman of buurvrouw zich plotseling ontpopte. Want dat gebeurde in Bosnië: buren die tegen elkaar vochten. Van de ene dag op de andere. Tot die ene dag had zij vertrouwen in alle mensen en dat vertrouwen is weg. Ze weet ook wel dat er naast slechte ook heel veel goede mensen zijn, maar ze weet niet meer wie ze wel en wie ze niet kan vertrouwen.

 

Het derde panellid, Patricia Mansarya, is afkomstig uit Sierra Leone. Een land rijk aan grondstoffen zoals diamant en goud, maar de bevolking is nog steeds arm. Grondstoffenroof, corruptie, oorlog en vorig jaar ook nog een ebola-epidemie. Vrouwen, zo betoogt zijn, hebben meer invloed dan zij denken. Zij hebben namelojk een andere invalshoek dan mannen en daarin ligt hun kracht. De vrouw is als moeder de eerste lerares van haar kind. Zij leert het kind liefde en geborgenheid. Vrouwen begrijpen man beter en dat geeft hen invloed. Vrede wordt thuis bewaard door de vrouw en daar, thuis, begint de vrede. Maar dat is niet voldoende. Het is volgens Mansaray van belang dat vrouwen hun invloed verbreden naar de samenleving en ook naar de politiek.

 

Gevraagd naar wat hen troost geeft antwoord Ibrahimovic dat haar moestuin alle therapeuten vervangt. Yasmin werkt graag met woorden, de gedichten van haar vader en haar eigen verhalen. Patricia noemt haar kinderen.

 

Aan Jaffar wordt gevraagd wat zij onder het “vechtmodel” verstaat. Jaffar meldt dat het vooral een kwestie van bewustzijn zijn is hoe macht werkt. Vrouwen blijven maar vriendelijk, terwijl de mannen veel meer voor zichzelf opkomen. Alle kenmerken die aan vrouwen worden toegedicht en “vrouwelijk” wordden genoemd zijn kenmerken van onmacht. De vragensteller herinnert zich een uitspraak van Simone de Beauvoir: “in het belang van de liefde moet je soms hard zijn.”

 

http://1.bp.blogspot.com/-YOvsaX1IEmw/VgjezGx0P2I/AAAAAAAACqA/KA487C0gzY4/s320/DSC05595.JPG

 

Een andere vragensteller verwijst naar VN-resolutie 1325 waarin de rol van vrouwen bij vredesprocessen wordt benadrukt. Maar in de VN zelf zijn slechts 14 van de ruim 190 staatshoofden vrouw. Moet daar aan de top dan ook niet iets veranderen? Arda sluit nog eens aan bij het vorige punt: macht wordt niet gegeven maar genomen. Als vrouwen moet je niet in de slachtofferrol gaan zitten, maar ook bondgenoten onder mannen zoeken. Vooral zij die medemenselijkheid en andere waarden voorstaan en tegen het economische primaat vechten. Het huidige gemeenteraadslid Ahmed Yilmaz herinnert ons aan het adagium “macht corrumpeert” en houdt de aanwezigen voor om niet alleen zelf de macht te zoeken maar juist ook de machtigen scherp te houden.

 

Voormalig gemeenteraadslid Tine Dondorp deelt haar eigen ervaring dat als je niet de baas wil spelen in de politiek, je soms meer invloed hebt dan als je steeds op de vuist op tafel slaat. Dick Feil mist tot dusverre een verwijzing naar Angela Merkel. Voor hem vervult zij thans een rolmodel voor alle mannelijke regeringsleiders in Europa. Waar haar mannelijke collega’s ruzie maken over verdeelsleutels en muren laten bouwen, zegt zij richting vluchtelingen en haar eigen bevolking: “Kom maar, wir schaffen es”. Daaruit klinkt leiderschap. Jaffar vult aan dat het optreden van Merkel een grote klap voor ISIS betekende. Eén van de zaken die ISIS benadrukt is dat je met vrouwen in de regering op de afgrond afstevent, maar Merkel maakt met haar breed in de Arabische wereld verspreide uitspraak duidelijk dat dat geenszins het geval is. Het land dat zij leidt stevent bepaald niet op een afgrond af. Door een andere wordt opgemerkt dat Angela Merkel ook als verbinder optreedt als het om de verhoudingen met Rusland gaat.

 

Jan ter Haar wil naast Merkel, die de rijkdom van Duitsland wil delen, ook Marjan Minnesma, noemen. De directeur van Urgenda die twee maanden geleden een rechtszaak tegen de staat won over de noodzaak een adequater klimaatbeleid te voeren. Onze rijkdom delen is één ding; ons bewust zijn dat we in Europa op veel te grote voet leven dan de aarde aankan is even noodzakelijk. Het Fort Europa houdt niet alleen vluchtelingen buiten de deur, maar verdedigt ook haar veel te grote voetafdruk.

 

Terug naar de machtsvraag. Eén van de aanwezigen meent dat mannen de macht in handen willen houden uit angst voor de potentiële macht van vrouwen. Dit punt wordt door een mannelijke aanwezige bevestigt: kijk naar Pussy Riot en Femen. Vroeger was de slogan “baas in eigen buik”, maar nu lijkt het “baas met de borst vooruit” te zijn. En dat is inderdaad erg confronterend. Een andere aanwezige man meldt dat de vermeende kracht van mannen ook een vorm van onmacht is. En mannen en vrouwen blijven in onmacht zitten, omdat ze zich niet bewust zijn dat ze dat doen.

 

http://2.bp.blogspot.com/-n_S6YjnjrCc/VgjfCqb_-VI/AAAAAAAACqI/KEq-aZGdvRg/s320/DSC05586.JPG

 

Discussieleidster Arda haalt Netty Donhuijsen naar voren die haarervaringen over Nederlands Indië deelt. Het was een klassenmaatschappij waarin de blanken bovenaan stonden, daarna de kleurlingen, de gemengden, volgden en het autochtone Indonesische volk helemaal onderaan stond. Die vaste verhoudingen golden ook voor mannen en vrouwen. In de traditionale Nederlands-Indische gezinnen trokken de mannen alle macht naar zich toe.

 

Eén van de aanwezigen vindt het erg interessant om te horen wat mensen in het verleden is overkomen, maar zou nu ook wel willen weten wat we nu gaan doen. Als suggestie wordt meegegeven de nieuwe burgemeester te laten inburgeren en te laten kennismaken met deze mensen met al hun verhalen. Jan ter Haar meent dat we niet alleen maar naar anderen moeten kijken, maar ook zelf moeten veranderen. Dat geldt voor alle inwoners van het al eerder genoemde Fort Europa: consuminderen en rijkdom delen. Maar ook tot inkeer komen.

 

In de zaal zit ook een dochter van panellid Patricia Mansaray, die erop wijst dat kinderen van “nieuwe Nederlanders” het op school veel moeilijker hebben dan kinderen van autochtone Nederlanders. Ook als ze op zich wel mee kunnen komen met de lesstof, krijgen ze altijd een lager het schooladvies ”omdat ze de taal minder goed spreken”. Natuurlijk heb je daar een achterstand, maar die achterstand blijft voortbestaan als je op grond daarvan op een lager niveau moet doorleren of niet in aanmerking komt voor bepaalde stages. Het is een vorm van verborgen discriminatie. Misschien niet eens bewust.

 

http://4.bp.blogspot.com/-frd73WWWAeo/Vgjf1Unjw-I/AAAAAAAACqQ/oPXGoozDYWw/s320/DSC05592.JPG

 

De Russische Svetlana en de Tsjechische vluchtelinge Hanka van na de staatsgreep van 1968 zijn geschokt over dit verhaal. Zelf hebben zij dat nooit ervaren en ze vragen zich af of het met de huidskleur van de dochter van Mansaray te maken heeft. De taak van vrouwen is volgens hen juist het investeren in de toekomst en daar hoort goed onderwijs bij. Een van de aanwezigen die in het onderwijs heeft gewerkt kent van huis uit het adagium “Mientje hoeft niet door te leren, want Mientje gaat toch straks trouwen.” Haar ervaring is dat in veel allochtone gezinnen nog steeds zo gedacht wordt. Dick Feil onderschrijft dat en vindt dat ook een opdracht voor ons als het om de vluchtelingen gaat die nu ons land en ook Enschede binnenkomen. Bij goed onderwijs ligt de sleutel naar de toekomst, als we dan vreedzaam willen samenleven en niet onze spijt menen te moeten betuigen over wat er allemaal is misgegaan.

 

Een andere aanwezige ervaart dat elke keer als zij uitdrukking geeft aan wat zij waardevol vindt, zij aan vrede werkt. Ze roept de aanwezige op om hun namen op te schrijven en elkaar tot steun te zijn, als vrouwencirkels en vrouwendenktanks. Els du Rieu benadrukt het belang om ook naar elkaar dromen te luisteren. Jaag niet alleen je eigen droom na, maar deel die dromen ook met elkaar. Als je ze met elkaar deelt voorkom je dat je je droom verliest zodra het even tegenzit of er iets anders op je pad komt. Door dromen met elkaar te delen steunen we elkaar om onze dromen te verwezenlijken.

 

Arda geeft vervolgens het woord aan een aantal jongere vrouwen die aanwezig zijn. Volgens hen willen niet alleen vrouwen maar ook mannen graag een andere, vreedzamere wereld waarin andere waarden prevaleren dan alleen maar het opkomen voor jezelf. Het geweld dat zich in onze samenleving niet alleen fysiek uit maar ook in het economische systeem heeft veel met het kapitalisme te maken. Daar sluit weer een ander op aan met de oproep om niet te investeren in de wapenindustrie. Volgens Arda is dat een goed thema voor een ander debat over de rol van het bedrijfsleven en financiële instellingen als het om oorlog en vrede gaan.

 

http://2.bp.blogspot.com/-b59ELkstMxM/VgjgD6UMzcI/AAAAAAAACqc/mqCGVrtORps/s320/DSC05596.JPG

 

Als laatste spreker uit de zaal geeft Arda het woord aan Kwame die een oude Afrikaanse wijsheid ventileert: “Als je een man onderwijst, onderwijs je een individu. Maar als je een vrouw onderwijst, onderwijs je een hele samenleving.” Als er een probleem is willen mannen meteen aan de slag en hun spierkracht gebruiken, terwijl vrouwen eerst met elkaar over het probleem willen praten. “Mannen bouwen huizen, vrouwen creëren een thuis.” Vrede begint thuis en verspreidt zich vervolgens via de straten over de steden.

 

Tot slot loopt Arda het panel nog eens lang voor een laatste slotopmerking. In reactie op de pleidooien om te streven naar politieke macht stelt Yasmin Khalaf dat het alfabeth van de vrede op de rug van de medemens staat. Als je alleen maar met jezelf bezig bent en in de spiegel kijkt, zie je het niet. Je ziet het pas als je omziet naar elkaar. Zirayeta Ibrahimovic zou alle wapenfabrieken sluiten als ze politieke macht zou hebben. Maar de macht die ze nu heeft gebruikt ze vooral om haar kinderen in vrede op te voeden en niet te belasten met het verleden. Patricia Mansarya stelt dat duurzame vrede begint met respect. Vrede komt niet van buiten, maar moet uit jezelf komen. Daarom is het belangrijk om netwerken met anderen in de eigen samenleving te onderhouden. Dat is het belangrijkste wat je als mens voor de vrede kunt doen. Laila Jaffar, tenslotte, hoort heel veel mensen heel hard “nee” roepen tegen vluchtelingen, maar we moeten juist heel hard “ja” te roepen. En wij kunnen zelf heel veel doen naar die vluchtelingen toe. Ze helpen met praktische zaken, met de taal, met het inburgeren. Heet ze welkom.

 

Afrondend trekt Arda de conclusie dat vrede iets is waar vrouwen en mannen samen aan moeten werken. Door te investeren in de medemens. Hem of haar een warm bad te geven. Maar om te gaan met de angst. Te benadrukken dat we elkaar moeten accepteren en het goede voorbeeld voorleven.