debataandemarktoverig
Programma
Zwarte Piet

IS ZWARTE PIET RACISME OF CULTUREEL ERFGOED?

Wat doen we met de Zwarte Piet?

De voorstanders hebben het over de nationale identiteit. De tegenstanders over het racisme. Is Zwarte Piet met kroeshaar, grote lippen en oorbellen een onschuldig kindervriendje of een product van het slavernijverleden? Wat zijn de bezwaren als de Piet niet meer zwart maar paars of rood is? Gaan we de Zwarte Piet drastisch aanpassen of juist niet aan tornen? Moet de mening van mensen die er anders naar kijken gehoord worden? Wat is het wezen van de democratie: de meerderheid beslist of respecteert de wensen van de minderheid? 

Debat aan de Markt op Zondag

2 november 2014, 14.30-16.30 uur 

Bij boekhandel Broekhuis, Marktstraat 12, Enschede 

Voorstanders en tegenstanders discussiëren en argumenteren met elkaar door middel van stellingen.   

Voorzitter: Secil Arda, Debat aan de Markt

 Iedereen is van harte welkom! Entree is gratis.


Verslag overgenomen van

http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/2014/11/zwartepieten-met-de-blik-naar-het-oosten.html">http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/2014/11/zwartepieten-met-de-blik-naar-het-oosten.html

zondag 2 november 2014

Zwartepieten met de blik naar het oosten

Op de naar alle waarschijnlijkheid laatste zomerse dag van het jaar vond in een hoekje van boekhandel Broekhuis met boeken over gouden en zilveren serviezen en andere kunstvoorwerpen uit het 17de en 18de eeuwse Europa het eerder aangekondigde “Debat aan de Markt” plaats over de Zwarte-Pietdiscussie. Een debat over een debat derhalve, waaraan slechts tien mensen deelnamen. Kwam dat door het mooie weer, was het te zeer een taboe-onderwerp of “gaat het nergens over”. Is het een typische “Randstedelijke discussiepiet” die we volgens een ingezonden brief in het Twents onafhankelijke weekblad “de Roskam” maar beter links kunnen laten liggen en waarin staat: "Het lijkt een exclusief probleem te zijn van de (grote) randstedelijke steden. Daarom vraag ik me af of we ons in het oosten, noorden en zuiden van Nederland iets moeten aantrekken van het "dictaat" van een kleine groep westerlingen. (...) Het probleem speelt hier niet of nauwelijks. (...) Laten we Nederland duidelijk maken dat ook wij hier in Twente recht hebben op onze eigen visie en geen inmenging accepteren vanuit een landsdeel dat zo vaak denigrerend neerkijkt op "de provincie"."

De discussie over Zwarte Piet heeft zelfs in deze “bij ons in Twente is er niet aan de hand”-bijdrage een sterk “wij-zij”-karakter gekregen. Volgens diverse analisten van deze discussie komt de grootste razernij bij voorstanders van Zwarte-Piet-zoals-hij-nu-is niet zozeer voort uit het feit dat donkergekleurde mensen er problemen mee hebben, maar dat in hun ogen hypercorrecte witte Nederlanders zich ermee zijn gaan bemoeien. Dat is pas echt bedreigend voor wat velen als een belangrijk onderdeel van onze nationale Nederlandse identiteit zien. Al eerder meenden velen die door-en-door Nederlandse traditie van Sinterklaas te moeten verdedigen tegen de vanuit Amerika oprukkende Kerstman. Onze Sinterklaas is toch veel statiger en folkloristischer dan zo’n dikke domme alleen maar “ho-ho-ho” roepende Kerstman? En dan zou onze eigen door-en-door-Nederlandse Sinterklaas nu plotseling niet deugen?

Tijdens het Debat aan de Markt wordt eerst al in twijfel getrokken hoe door-en-door-Nederlands die traditie eigenlijk is. Het Sinterklaasfeest bestaat al sinds de Middeleeuwen, maar Zwarte Piet is er pas rond 1850 bij gekomen. Na de Reformatie hebben de protestanten geprobeerd om dit katholieke feest te verbieden en één van de aanwezigen weet zich ook te herinneren dat het Sinterklaasfeest in het verzuilde Enschede lang niet in alle zuilen werd gevierd. In delen van Brabant en Limburg had men ook helemaal niets met Sinterklaas, zo weet een andere aanwezige te vertellen. Daar had men veel meer met de Kerstman die los van Amerikaanse invloeden in het aanpalende Duitsland ook centraal stond. En in sommige katholieke streken was Sint Maarten en niet Sint Nicolaas de grote kindervriend. Daar werd Sinterklaas als een karikatuur gezien. Sinterklaas als belangrijke drager van de Nederlandse cultuur is dus in belangrijke mate het gevolg van de toenemende behoefte om een eigen Nederlandse identiteit veilig te stellen en de felste voorvechters ervan zijn mensen die met deze identiteit worstelen. Ook in dit verband komt Wilders’ eigen half-Indische afkomt ter sprake. En waarom vraagt niemand zich af waarom Sinterklaas die bisschop in het huidige Turkije was, zo’n door-en-door witte man is?

De felheid van het debat heeft ook te maken met de beschuldiging van racisme die haaks staan op het gekoesterde zelfbeeld van de meeste Nederlanders, maar die misschien wel appelleren aan een latent schuldgevoel hierover. Zodra een Raad van Europa of een VN-commissie een rapport uitbrengt over racisme in Nederland, schiet de hele Nederlandse samenleving ook meteen in de verdediging. Kolonialisme, slavenhandel, Apartheid, het meewerken aan dejodenvervolging en de politionele acties vormen een aantal open zenuwen in de Nederlandse samenleving. Niet alleen gewone burgers gaan deze zaken liever uit de weg, maar ook de Nederlandse overheid toont zich nauwelijks bereid om deze zwarte bladzijden in de Nederlandse geschiedenis te erkennen en aandacht te geven aan het onrecht dat anderen nog steeds bij die gebeurtenissen of de doorwerking ervan ervaren. Daarom komt de discussie steeds weer in een andere vorm terug: rond de politionele acties, het slavernijmonument, de panelen over het koloniaal verleden op de Gouden Koets en nu dus rond Zwarte Piet.

Eén van de aanwezigen vergelijkt deze Nederlandse omgang met de zwarte bladzijden uit het verleden met de wijze waarop de Turkse regering de Armeensegenocide ontkent en om de Koerdische kwestie heen blijft draaien. De ontkenning van deze zaken staat een oplossing van hieraan gerelateerde problemen die zich in het huidige tijdsgewricht voordoen in de weg. De deelnemers aan het Debat aan de Markt zijn het erover eens dat die racisme-discussie en de discussie over de zwarte bladzijden uit het Nederlands verleden gevoerd moeten worden. Dàt, en niet, zoals de ingezonden brief in de Roskam bepleit, het feit dat we in Twente recht op een eigen visie op Zwarte Piet hebben, zouden we Nederland duidelijk moeten maken.

Dat deze in onze ogen terechte discussie nu echter Zwarte Piet als kapstok heeft aangegrepen, blijkt volgens ons echter contraproductief te werken. Dat de discussie nu over Zwarte Piet gaat leidt feitelijk af van het probleem waar het eigenlijk om gaat, namelijk over het alledaags racisme. In de NRC schreef Robert Vuijsje dat de discussie het omslagpunt kan zijn in de Nederlandse cultuur, namelijk de manifestatie dat de Nederlandse samenleving een andere, gemengdere samenstelling heeft gekregen. Maar, zo stelt één van de aanwezigen, culture uitingen als Zwarte Piet veranderen als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen, en maatschappelijke ontwikkelingen zet je niet in gang door van Zwarte Piet een Stroopwafelpiet te maken. Het is best mogelijk dat we over een aantal jaren helemaal gewend zijn aan anders gekleurde Pieten, maar dan als gevolg van een maatschappelijke verandering en niet als startpunt ervan. En dat betekent dat we niet alles van het Sinterklaasjournaal moeten verwachten, maar dat de politiek, de culturele sector, maar ook de samenleving als zodanig, autochtonen en allochtonen gezamenlijk, hun verantwoordelijkheid nemen. In plaats van een schisma in de Nederlandse samenleving te creëren zal een harmonisatie van onderop moeten groeien.

De twee bij het debat aanwezige Enschedese gemeenteraadsleden voelen weinig voor de suggesties om de burgemeester op te roepen Sinterklaas niet in de stad te ontvangen als zich in zijn gevolg nog Zwarte Pieten bevinden. Liever zouden zij zich dan op het voeren van dat noodzakelijke debat willen richten. Aan het eind van de zondagmiddag komt nog de juridisering van de discussie ter sprake. Rechters en nationale en internationale mensenrechtencommissies die degenen die Zwarte Piet als discriminatie beschouwen in het gelijk hebben gesteld. Die kant moeten we dus niet op, want dan gaat het weer om het symbool en niet om de onderliggende discussie. Anderzijds maken deze uitspraken wel duidelijk dat de tegenstanders van Zwarte Piet een punt hebben. Dat een VN-commissie meent zich ermee te kunnen bemoeien leidt tot verdeeldheid. De een is van mening dat de Verenigde Naties zich niet met onze cultuur moeten bemoeien, maar een ander wijst erop dat wij ons ook wel graag met “culturele tradities” in andere landen bemoeien en van mening zijn dat bepaaldeinternationale normen zonodig aan landen worden opgelegd.

Hoewel we het doorlopend redelijk met elkaar eens waren, laaide ook in dit gezelschap de discussie bij tijd en wijle hoog op. Wat daarbij hielp waren soms relativerende opmerkingen als dat iedereen toch zo rond z’n achtste verjaardag wel had gehoord dat Zwarte Piet helemaal niet bestaat…